scroll
Scroll naar benedenvoor het laatste nieuws

Jenson Button eindelijk op zijn plaats?

Gepubliceerd op 27 april 2004 door Jo Vleugels

Frank Williams heeft zichzelf nooit vergeven dat hij in 1991 het talent van Michael Schumacher niet ontdekt heeft. Als invaller voor Bertrand Gachot die in Engeland de bajes in moest omdat hij met traangas gespoten had, mocht Michael voor Jordan uitkomen. Eddie Jordan had niet lang plezier van zijn ontdekking want Benetton was er indertijd als de kippen bij.

Zelfs in hedendaagse interviews geeft Frank Williams toe nog steeds wroeging te voelen wegens het niet op tijd constateren van nieuw talent. In 2000 leidde dat tot een veelbesproken testweek waar een shoot-out werd gehouden tussen Jenson Button en Bruno Junquiera. Eén van beide talenten moest Zanardi gaan vervangen naast Ralf Schumacher. Het was een moeilijke keuze voor Frank Williams, zeker omdat datzelfde jaar voor het eerst met BMW motoren werd gereden. De opbouw naar een langdurige samenwerking moest dus goed zijn. Uiteindelijk bleek Jenson zo'n tiende seconde sneller te zijn dan Bruno, bijna te verwaarlozen dus. Junquiera gaf daarbij enorme feedback naar de monteurs, terwijl de net 20-jarige Button niet verder kwam dan "it's fine". En dat was niet voldoende om een totaal nieuwe motor naar behoren te laten functioneren in het Williams chassis.

Het was dan ook een complete verrassing voor de monteurs dat Frank uiteindelijk koos voor Jenson Button. Boze tongen beweerden dat ettelijke miljoenen van de Britse motorsportbond voor het laatste zetje hebben gezorgd. Dat is echter nooit bewezen. Feit blijft dat Jenson als jongste rijder ooit de Formule 1 wereld binnenkwam en razendsnel bleek.


Jan Magnussen

Volgens velen is de gedoodverfde opvolger van Ayrton Senna altijd Jan Magnussen geweest. In 1995 verving hij Mika Hakkinen en reed de McLaren in zijn debuutrace naar een 10e plaats. Een super belofte was geboren. Jan Magnussen had reeds een imposante carrière op zijn naam staan. Elk groot team had zijn vizier op de snelle Deen gericht. In 1996 bleek tijdens een jaar CART dat de vorm weg was. Ook toen hij in 1997 terug in Formule 1 kwam kon hij geen potten meer breken tegen zijn teamgenoot Rubens Barrichello bij het Stewart team. Het jaar erop werd Jan aan de kant gezet ten faveure van Jos Verstappen. Het blijft één van de grootste mysteries in de Formule 1, deze Jan Magnussen. Een talentvolle, supersnelle coureur die plotseling elke vorm verliest en deze ook niet meer terug kan vinden.

Het kan gek lopen binnen de Formule 1 wereld. Jenson Button is daar ook een mooi voorbeeld van. Michael Schumacher kwam en overwon. Ayrton Senna kwam en overwon. Jan Magnussen kwam en viel in een diep gat. Welke richting gaat Jenson uit?


on the move..

Het schijnt dat hij reeds over zijn dieptepunt heen is en dat de bliksemstart bij Williams hem weliswaar bijna zijn carrière kostte, maar hij ontsnapte nipt aan de definitieve afgang. Bijna was hij een van de vele afvallers in de Formule 1. Eén van de rijders die het verschil tussen illusie en werkelijkheid niet meer zien. Gerhard Berger, BMW sportchef sprak in 2000 nog: "elke tien jaar zien we een fenomeen komen. Ik geloof dat Jenson er weer een is."

Een uitspraak die Button opbrak. Hij liep grandioos naast zijn schoenen. De hele Britse boulevardpers schreef de teenager de hemel in. Hij verhuisde naar het belastingparadijs Monaco en kocht meteen een reuze jacht in de prestigieuze haven. Elke nacht werd hij gezien in bars en discotheken. Als 14-jarige had hij school reeds verlaten en later bleek dat het rijbewijs halen zelfs een te zware opgave voor hem was.

Frank Williams heeft echter geen behoefte aan playboys in zijn team. Racer of geen racer, discipline heerst bij Williams. In 2001 kon Jenson Button vertrekken en gelukkig vond hij onderdak bij het kansloze Benetton team en vervolgens bij Renault. Twee jaar lang kon Button zijn levensstijl aanpassen van gevierde ster tot misschien de racer die binnen in hem zit.

In 2003 wisselt Button naar het BAR-Honda team. Het blijkt dat vanaf het eerste moment een totale omslag in Jenson Button's karaktertrekken heeft plaatsgevonden. Monteurs spreken al direct lovend over de feedback die de Brit kan geven en dat werkt terug in de begeleiding die Jenson van de monteurs krijgt. Een deal die blijkt te functioneren. Niemand weet wat eindelijk voor de omslag heeft gezorgd. Was het David Richards die Jenson de hand boven het hoofd hield? Was het misschien de concurrentie met Jacques Villeneuve?

Met pas vier races gereden heeft Jenson dit seizoen al drie podiumplaatsen te pakken. Is dan uiteindelijk toch de racer opgestaan die Michael Schumacher van tegengas kan voorzien? Het is een beetje kromme loopbaan die Jenson in Formule 1 heeft afgelegd, maar aan Jan Magnussen kunnen we zien dat talent alleen niet voldoende is. Ergens moeten alle stukjes bij elkaar komen op de juiste plaats. Dan kunnen er kampioenen geboren worden. Of Jenson die stukjes nu allemaal te pakken heeft, zal de toekomst moeten uitwijzen.

Jo Vleugels