scroll
Scroll naar benedenvoor het laatste nieuws

Pirelli, het elfde Formule 1-team: 'Wij vechten niet om zeges zoals Max'

Gepubliceerd op 23 januari 2024 door FORMULE 1 Magazine

Dit artikel verscheen eerder in FORMULE 1 Magazine, al dertig jaar op pole! Voor meer nieuws over Max Verstappen en de Formule 1, ga naar Formule1.nl.
Auteur: Gerard Bos

Het is van alle tijden: de discussie over banden. Bij Pirelli overheerst ondanks de kritiek trots als leverancier van de Formule 1. Een kijkje achter de schermen bij het ‘elfde team’ in de paddock. “Wij denken niet in problemen.”

Relativeren. Mario Isola kan het als geen ander. “Dat klopt”, klinkt het in het onderkomen van Pirelli, wachtend op een espresso. Dan, met een grijns: “Gelukkig kan ik dat, het helpt in dit vak.”

Als Formule 1-baas van de bandenfabrikant krijgt hij te pas en te onpas te maken met problemen of uitdagingen van sportieve aard, de belangen zijn groot (en divers). Isola en zijn mensen doen er naar eigen zeggen alles aan teams en coureurs tevreden te stellen en ondertussen bij te dragen aan de amusementswaarde van de sport. En dat uiteraard op een veilige manier, om rampspoed te voorkomen.

Dan helpt het als je je niet gek laat maken. En dat laat Isola, een 53-jarige Milanees, zich ook niet. Als in 2020 de coronapandemie de wereld overspoelt, en niet in de laatste plaats zijn geliefde Italië, besluit hij medisch vrijwilliger te worden. Even geen banden, Formule 1 en sportieve strijd. Maar een heel andere strijd: die van leven en dood.

Dat Isola die stap nam, tekent zijn betrokkenheid en behulpzaamheid. De pandemie werd bedwongen, maar die twee eigenschappen verdwenen uiteraard niet. Ze komen hem, op een heel ander niveau, ook van pas in zijn rol in de Formule 1. Net als het vermogen om te kunnen relativeren. Aan stress als baas van de bandenleverancier geen gebrek, zou je zeggen. Maar Isola heeft in de pandemie wel voor hetere vuren gestaan. Dat besef hielp hem ook afgelopen jaar in Qatar.

Qatar, 7 oktober 2023

Welkom op Losail International Circuit. Het is de dag waarop Max Verstappen laat in de Qatarese avond zijn derde wereldtitel veiligstelt. Maar ook de dag die begint met rinkelende en trillende telefoons van F1-journalisten. Een deel van het verslaggeversgilde is al vroeg in de paddock, de rest wordt er daags na een lange vrijdagavond op het circuit bij het ochtendgloren bijkans door gewekt. Het regent e-mail-, sms- en whatsappnotificaties. Want er is nieuws: Pirelli luidt de noodklok.

Wat blijkt? De banden hebben in Qatar grote problemen met de kerbstones. Zo groot zelfs dat de veiligheid in het geding is. In de paddock is het alle hens aan dek voor Isola en consorten. Er moet een oplossing komen voor het plotselinge bandenprobleem. En snel ook.

Je zou dus verwachten dat hij met het zweet op het voorhoofd deze ochtend de internationale media te woord staat. Als het niet al door de problemen met het rubber komt of de onzekerheid van hoe nu verder, dan toch wel doordat het kwik al om zes minuten over negen in de ochtend is gestegen tot maar liefst 40 (!) graden. Maar hoe benauwend en beklemmend de omstandigheden ook zijn, Isola blijft de rust zelve. Van een naar adem happende Italiaan is geen sprake.

“We denken in oplossingen”, klinkt het. Of zoals ze in zijn thuisland waarschijnlijk zouden zeggen: Pensare in soluzioni.

Er komen eerst aanpassingen aan de baan, gevolgd door een kleine ingelaste oefensessie voorafgaand aan de sprint shootout. En daags erna wordt besloten tot een maximum aantal ronden dat met een band mag worden gereden. Het betekent drie verplichte pitstops in de zondagse race. Aan het eind van de rit loopt het met de banden allemaal goed af en gaat het in Qatar zaterdagavond vooral over het ongekende succes van Verstappen en op zondagavond over de intense hitte die veel coureurs doet overgeven of zelfs flauwvallen.

Hoe cruciaal banden zijn voor een goed verloop van de sport en hoe groot de verantwoordelijkheid is om veilig rubber te leveren, blijkt dit weekend echter maar weer eens. “En die veiligheid is voor ons een prioriteit”, benadrukt Isola als we hem op vrijdag ook al even treffen. “We willen op een betrouwbare én duurzame manier te werk gaan. En zodoende banden leveren die uiteraard passen bij de snelle en sportieve strijd die Formule 1 is, banden die daardoor ook bijdragen aan de show.”

Betekent het dan dat iedereen altijd maar tevreden is over Pirelli? Helaas voor de Italianen niet. Dat is ook bijna ondoenlijk: tien teams met allemaal een eigen groot arsenaal aan personeelsleden, met teambazen, met ieder twee coureurs. Een FIA. Een FOM. Kortom, veel partijen met dito belangen. Isola weet dat je het niet altijd iedereen naar de zin kunt maken. “Er zijn altijd wel mensen ontevreden.” Met een glimlach: “Meestal horen die bij de teams die niet hebben gewonnen.”

Het neigt naar een ondankbare taak, dat zijn van bandenleverancier. Het doet denken aan scheidsrechters, leraren, rechters, juryleden en ga zo maar door. Oftewel: onafhankelijke geesten die op basis van hun kennis van zaken, ervaring, verstand of inzichten conclusies trekken, een besluit nemen, een oordeel vellen of een aanbeveling doen. Om vervolgens te moeten concluderen dat ze het nooit goed kunnen doen, hoe goedbedoeld ook.

Isola: “Ik snap de vergelijking, maar zo zien we het niet. Voor ons, als partner van de Formule 1, is de uitdaging de prioriteiten van de sport – en daarmee ook de onze – recht te doen. Als we tijdens een Grand Prix goede banden leveren, die de sport en show helpen en ook nog op veilige wijze, dan is ons weekend geslaagd. Het is prachtig dat met z’n allen na te jagen. Dat proberen we al jaren.”

Met een beetje fantasie zou je Pirelli zelfs het elfde team in de Formule 1 kunnen noemen. Ga maar na: eigen engineers, eigen kleuren, een eigen hospitality én een hoofdkwartier op afstand. “Alleen de auto en de coureurs ontbreken nog”, zegt Isola met een knipoog.

Monaco, 26 mei 2023
Terug in de tijd, naar Monaco, eind mei. De Formule 1 trekt er al decennialang bekijks, het is zien en gezien worden te midden van pracht en praal. Bij meerdere GP’s dit jaar valt op dat menig bezoeker in de paddock even stil blijft staan voor de deur van Pirelli. Dat is niet zonder reden en in Monaco is het niet anders. Daar kijken velen zich sowieso al de ogen uit, maar ook door het drietal banden dat steevast voor het onderkomen van de Italianen is uitgestald.

Een impressie van een gesprek tussen, toevalligerwijs, twee Nederlandse mannen:

“Dat zijn geen echte, hoor.”
“Nou… Nee?”
“Nee man, dat kan toch niet. Kijk dan, hoe groot.”
“Het zijn wel 18-inch velgen, hè? Dat is alleen al 45 centimeter. En dan de band nog.”
“Het zal wel kloppen dan, ja. Maar het blijft abnormaal groot, dat had ik thuis op de bank nooit zo door.”

Terwijl de twee hun weg vervolgen, resoneert het ongeloof over de omvang van de Formule 1-band. En het mag gezegd: van dichtbij zijn het inderdaad kolossale dingen. Dat blijkt ook in de pitstraat. De banden worden zoals altijd op karretjes van de teams naar de pits gereden in Monaco, maar doordat het een stratencircuit is moet dat via een brug.

Met karretje en al gaan monteurs met acht banden per keer een lift in, maar op weg daarheen moeten ze een paar meter licht omhoog duwen. Aangemoedigd door de ‘happy few’ met een kaartje voor een plek met uitzicht op de pits, lukt het de sterke monteurs vaak met een aanloopje wel. “Big?”, herhaalt een monteur van McLaren de constatering dat de banden groter zijn dan gedacht. Hij grijnst. “Heavy!” Zwaar zijn ze inderdaad ook, een viertal F1-banden inclusief velgen weegt naar verluidt zo’n 80 kilo.

Qatar, 5 oktober 2023
Op het Losail International Circuit kan Simone Berra op donderdagmiddag, nog voor er een meter is gereden, een glimlach niet onderdrukken als hij hoort over het geanimeerde gesprek waarin de twee Nederlanders zich in Monaco zo verbaasden over de omvang van de Formule 1-banden. Voor Berra zelf is het niet meer dan normaal: als chief engineer van Pirelli zag hij al duizenden banden van dichtbij.

De Italiaan is een van de velen die tijdens Grand Prix-weekenden in die voor Pirelli zo karakteristieke grijs-geel-zwarte kledij bij de teams te vinden is, op de grid staat of al metend en onderzoekend in beeld komt. Vanuit zijn functie is Berra in de aanloop naar én tijdens een raceweekend verantwoordelijk voor alle besluiten over de sportieve en technische kant van het bandengebruik.

Als geen ander kan hij dan ook vertellen hoe Pirelli een en ander organiseert. “Onder mij heb ik tien zogeheten trackside engineers, ieder van hen is aan een F1-team gekoppeld. Zij ondersteunen het bewuste team op het gebied van banden: van management tot gedrag tot waarden ervan. Aan de hand van hun bevindingen onderhoud ik contact met de teams om alle prestaties en eigenschappen te bespreken.”

Anderzijds is er het contact met de FIA en FOM, vervolgt Berra. “Ik ben een aanspreekpunt, zij kijken vanuit organisatie en veiligheid naar de banden. Ik informeer ze over compounds voor de evenementen, de allocatie ervan, de slijtage en geef antwoord op alle andere vragen die er mogelijk zijn over prestaties of gedrag van de banden.”

Dat is echter niet het enige. Zoals Isola al vertelde, heeft Pirelli wel wat weg van een ‘echt’ Formule 1-team. Want zoals een renstal feedback over de prestaties van de auto verzamelt en dat deelt met de fabriek om het thuisland, zo doet Pirelli dat ook met de prestaties van de banden. “En net als de teams doen we dat tijdens het weekend al”, legt Berra uit.

“Ik verzamel”, vervolgt hij, “alle info en feedback van de trackside engineers en ik zorg dat het op ons hoofdkwartier in Milaan terecht komt. De mensen daar hebben zodoende tijdens en na het weekend een overzicht van alle aspecten die met banden te maken hebben: temperaturen, slijtage, gedrag. Dat is belangrijk, we analyseren als Pirelli alles na de race en gebruiken dat weer met het oog op de toekomst. Zo blijven we de banden ontwikkelen: veilig en goed.”

Het verklaart ook waarom Pirelli in Qatar zo snel kan handelen als na de eerste dag al duidelijk wordt dat er iets niet in de haak is met de banden. Of beter gezegd: met de combinatie van het rubber en de abnormaal hoge kerbstones op het circuit. De moeilijke blikken van al die grijs geklede Pirelli-mannen en -vrouwen in de paddock komen dus niet door de warmte, zo blijkt. Wel door wat ze constateren, door wat ze meten (en dus weten).

Berra: “Net als F1-teams hebben wij ook briefings na elke sessie én aan het einde van elke dag. Daarin bespreken we alles wat we hebben gezien, gehoord, gemerkt en gemeten. Het is niet zo dat we een paar banden leveren en de teams het maar moeten uitzoeken.”

Ook voorafgaand aan een Grand Prix-weekend wordt al volop gewerkt aan scenario’s. “Het is fijn als het gaat zoals wij van tevoren hebben gedacht”, zegt hij. Maar in Qatar blijkt het door omstandigheden dus anders. Dat kan gebeuren, je kunt volgens de Italiaan nu eenmaal niet alles inschatten. “Op basis van onze analyses kunnen we nagaan wat een band ongeveer gaat doen in combinatie met de auto’s, de omstandigheden op de baan en daarbuiten (zoals het weer, de temperaturen, red.). Garanties zijn er helaas niet, maar we gaan altijd voor juiste analyses en goede samenwerking met de teams. Zulke zaken dragen allemaal bij aan een goed weekend voor de sport. En daarmee voor ons.”

Op zondagavond, als het vooral gaat over de hitte en de fysieke gevolgen daarvan, zien we een glimlachende Berra lopen. Iets verderop schudt Isola gretig en enthousiast een paar handen. Het tweetal kende tegenslag met Pirelli in Qatar, maar laat zich niet gek maken. Relativeren, zo leerden we al van Isola’s medische hulpavontuur. En de zoektocht naar een oplossing bleek succesvol.

Berra, tot besluit: “Wij vechten als Pirelli niet om zeges en kampioenschappen, zoals Max Verstappen en alle anderen. Maar elke keer als wij een goede en veilig band leveren, is dat voor ons een overwinning. Daar doen wij het voor. En als het eens tegenzit, geven we niet op.”

In oplossingen denken dus. Pensare in soluzioni, binnenkort misschien maar op een tegeltje aan de muur van Pirelli’s hospitality. 

Powered by: FORMULE 1 Magazine / Formule1.nl