scroll
Scroll naar benedenvoor het laatste nieuws

Jos Verstappen: uiterlijk eind maart duidelijkheid

Gepubliceerd op 09 maart 2005 door John ter Meer

De eerste race van het nieuwe F1 seizoen is al weer achter de rug. Zonder Jos Verstappen en het ziet er voorlopig niet naar uit dat Nederlands populairste en succesvolste coureur op korte termijn zijn rentree maakt op het hoogste niveau in de autosport. Een klasse die graag een gooi doet naar de absolute wereldtop is de Champ Car World Series, de Amerikaanse equivalent van de Formule 1. Volgens kenners een strijdtoneel met het accent op ‘strijd’, close racing, iets dat de Formule 1 eigenlijk al seizoenen lang ontbeert. Jos Verstappen was getuige van de race in Albert Park, maar dan voor de tv. “Ik heb niet op het puntje van mijn stoel gezeten.”

Jos zit nog steeds noodgedwongen thuis. En heeft nu, samen met zijn management, de pijlen gericht op een stoeltje in de Champcars. Helaas kan hij nog geen duidelijkheid verschaffen over zijn toekomst in deze klasse. Tot zijn ergernis en spijt. Spijt vooral omdat hij beseft dat zijn fans hunkeren naar een rentree van hun held. Want Jos is nog steeds ongekend populair, getuige alleen al het aantal bezoekers aan deze site, verstappen.com, dat gemiddeld een aantal pageviews kent van 30.000 per dag, met een recorddag van zelfs méér dan 310.000! Maar ook omdat een zender als RTL 5 de Champ Car World Series gaat uitzenden, ongetwijfeld in de hoop dat Jos Verstappen in deze klasse een stoeltje weet te bemachtigen. Hoge kijkcijfers verzekerd. En adverteerders. Maar naast de spijt is er bij Jos ook ergernis, omdat ook in de Champ Car World series beslissingen niet alleen maar afhangen van talenten van rijders.

Want het draait uiteindelijk allemaal om de pecunia, de harde valuta. Ook in de Champ Cars dus, de serie die hard aan de weg timmert om een mondiale populariteit te bewerkstelligen. Hoe populairder, hoe meer exposure voor sponsors en adverteerders. En daar is Jos Verstappen intussen ook achter gekomen. “Net als in de Formule 1 draait het allemaal om geld. Bij sommige teams heb je nog méér nodig dan in de Formule 1.” Ook het team van Fittipaldi Racing waar het management van Jos Verstappen mee in gesprek is ziet graag zijn financiële wensen in vervulling gaan. “Als mijn populariteit bij de fans zich zou vertalen in sponsorgeld dan was de kogel allang door de kerk”, zegt Jos, met gevoel voor realiteitszin. “Maar het valt niet mee om het geld bijelkaar te krijgen. Terwijl het voor de sponsors toch aantrekkelijk moet zijn. De Champ Car series staat garant voor spektakel en spanning en als ik daar rij en de races worden via RTL 5 uitgezonden zijn de sponsors verzekerd van veel exposure. In Amerika is deze competitie sowieso veel populairder dan de Formule 1. En ook in Azië zal deze serie zich laten gelden.”

Dat is een constatering waar niets op af te dingen valt. Zeker als je beseft dat Jos bij een team kan rijden dat kansen maakt op een goede klassering, mede door de onmiskenbare talenten van een rijder als Jos Verstappen. Sponsors verbinden hun naam bij voorkeur aan succes, iets dat dichter binnen handbereik ligt in de Champ Car series dan in de Formule 1 lijkt het, ervan uitgaand dat Jos daar alleen maar kans zou maken bij een achterhoede team. Is dat de reden waarom er nog altijd geen witte rook is? Jos: “ik weet dat niet zeker, maar je wandelt wat gemakkelijker naar binnen met een grote zak geld dan wanneer je het moet doen met een handvol kleinere sponsors. Een paar weken geleden dachten we dicht bij een deal te zitten maar voorlopig moeten we toch weer afwachten.”

Hoe gek het ook klinkt, Jos Verstappen sluit zelfs een rentree in de Formule 1 niet uit. “Je weet maar nooit wat er gebeurt, het is nog vroeg in het seizoen. Maar ik wil zo hoog mogelijk racen en de Champ Car series is een klasse waar ik me wel thuisvoel, daar gaat het ook nog om de capaciteiten van de coureur, althans meer dan in de Formule 1. En met een veld van auto’s dat dichter bijelkaar ligt kunnen we daar wel wat vuurwerk verwachten. Ik hoop dat ik eind maart goed nieuws heb, ik sta te popelen om weer gas te geven.”

John ter Meer